Prudentieel Toezicht DNB: Wat Betekent Dit Voor Financiële Bedrijven?
Naast gedragstoezicht door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) hebben veel financiële ondernemingen in Nederland te maken met prudentieel toezicht. Dit toezicht is gericht op de financiële soliditeit en weerbaarheid van financiële instellingen. De De Nederlandsche Bank (DNB) speelt hierin een belangrijke rol.
Waar de AFM zich onder meer richt op het gedrag van financiële ondernemingen en de manier waarop zij klanten behandelen, richt prudentieel toezicht zich vooral op de vraag of een financiële onderneming financieel gezond en voldoende weerbaar is om haar verplichtingen na te komen.
Wat is prudentieel toezicht?
Prudentieel toezicht is toezicht op de financiële gezondheid en stabiliteit van financiële ondernemingen. DNB beoordeelt, afhankelijk van het type onderneming en de activiteiten, onder meer of een instelling beschikt over voldoende financiële buffers, een passende bedrijfsvoering en adequate systemen om risico’s te beheersen.
Het doel hiervan is het beperken van de kans dat financiële problemen bij een onderneming leiden tot ernstige gevolgen voor klanten, andere financiële instellingen of de financiële stabiliteit.
Welke financiële ondernemingen vallen onder toezicht?
Welke toezichthouder en welke toezichtregels van toepassing zijn, hangt af van het type financiële onderneming en de activiteiten die worden uitgevoerd. DNB houdt onder meer prudentieel toezicht op verschillende soorten banken, verzekeraars, pensioenfondsen en andere financiële instellingen.
De exacte eisen verschillen per sector. Een onderneming die bijvoorbeeld beleggingsdiensten aanbiedt, kan met andere prudentiële eisen te maken hebben dan een bank of verzekeraar.
Financiële buffers en kapitaaleisen
Een belangrijk onderdeel van prudentieel toezicht is het beheersen van financiële risico’s. Financiële ondernemingen moeten, afhankelijk van hun activiteiten en wettelijke kader, over voldoende kapitaal en financiële buffers beschikken om mogelijke verliezen op te kunnen vangen.
Daarbij wordt gekeken naar verschillende soorten risico’s. Denk bijvoorbeeld aan kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico en operationele risico’s.
De regelgeving rondom kapitaal- en risicobeheer is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Europese regelgeving en internationale standaarden, waaronder de Basel-raamwerken voor banken, spelen hierbij een belangrijke rol.
Drie belangrijke onderdelen van risicobeheer
Bij prudentieel toezicht gaat het niet alleen om de financiële cijfers van een onderneming. Ook de manier waarop risico’s worden geïdentificeerd, beheerst en gemonitord speelt een belangrijke rol.
1. Financiële risico’s meten en beheersen
Financiële ondernemingen moeten inzicht hebben in de risico’s die voortkomen uit hun bedrijfsactiviteiten. Afhankelijk van het type instelling kan het bijvoorbeeld gaan om kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico of andere financiële risico’s.
De onderneming moet beschikken over passende procedures en voldoende financiële buffers om deze risico’s op te kunnen vangen.
2. Interne risicobeheersing
Niet alle risico’s zijn eenvoudig in cijfers uit te drukken. Ook operationele risico’s, IT-risico’s, cyberrisico’s, fraude en fouten in processen kunnen gevolgen hebben voor de continuïteit van een financiële onderneming.
Daarom wordt ook gekeken naar de interne organisatie en de manier waarop een onderneming risico’s identificeert, controleert en beperkt.
Een goede risicobeheersing betekent onder andere dat een onderneming vooraf nadenkt over mogelijke problemen en maatregelen neemt om de kans en de gevolgen daarvan te beperken.
3. Transparantie en rapportage
Financiële ondernemingen moeten relevante informatie verstrekken aan toezichthouders en, afhankelijk van het wettelijke kader, aan andere belanghebbenden. Transparantie en betrouwbare rapportages zijn belangrijk om de financiële positie en risico’s van een onderneming goed te kunnen beoordelen.
De rapportageverplichtingen verschillen per type financiële instelling en zijn afhankelijk van de toepasselijke wet- en regelgeving.
ICAAP en risicobeoordeling
Voor bepaalde financiële instellingen speelt het Internal Capital Adequacy Assessment Process (ICAAP) een belangrijke rol. Hierbij beoordeelt een onderneming zelf of haar kapitaalpositie voldoende is in verhouding tot haar risico’s en bedrijfsmodel.
Het gaat daarbij niet alleen om de wettelijke minimumeisen. Een onderneming moet ook rekening houden met risico’s die specifiek voortkomen uit haar eigen activiteiten en bedrijfsmodel.
Een goede interne beoordeling helpt een financiële instelling om mogelijke risico’s tijdig te herkennen en waar nodig maatregelen te nemen.
Het toezicht van DNB
DNB beoordeelt financiële instellingen vanuit haar wettelijke toezichttaken. Daarbij kan onder andere worden gekeken naar de financiële positie, risicobeheersing, governance, bedrijfsvoering en de manier waarop een onderneming haar risico’s beheerst.
Wanneer een toezichthouder van mening is dat aanvullende maatregelen nodig zijn, kunnen afhankelijk van de situatie en het wettelijke kader aanvullende eisen of maatregelen worden opgelegd.
Prudentieel toezicht is meer dan voldoende eigen vermogen
Een financieel gezonde onderneming draait niet uitsluitend om de omvang van het eigen vermogen. Ook liquiditeit, governance, interne controle, risicomanagement, IT-systemen en de continuïteit van de bedrijfsvoering kunnen een belangrijke rol spelen.
Een onderneming moet daarom niet alleen kunnen aantonen dat zij vandaag financieel gezond is, maar ook laten zien dat zij beschikt over processen om veranderende risico’s tijdig te herkennen en daarop te reageren.
Prudentieel toezicht en financiële stabiliteit
Prudentieel toezicht vormt samen met andere vormen van financieel toezicht een onderdeel van het Nederlandse toezichtstelsel. Door toezicht te houden op de financiële soliditeit van instellingen probeert DNB de weerbaarheid van de financiële sector te ondersteunen.
Dat is belangrijk omdat financiële instellingen sterk met elkaar verbonden kunnen zijn. Problemen bij één instelling kunnen onder bepaalde omstandigheden gevolgen hebben voor andere partijen binnen de financiële sector.
Verschil tussen AFM-toezicht en DNB-toezicht
De AFM en DNB hebben verschillende toezichttaken. In eenvoudige termen kan het onderscheid als volgt worden weergegeven:
| Toezichthouder | Belangrijkste focus |
|---|---|
| AFM | Gedrag van financiële ondernemingen, zorgvuldige dienstverlening en eerlijke en transparante financiële markten |
| DNB | Financiële soliditeit, risico’s en de weerbaarheid van onder toezicht staande instellingen |
In de praktijk kunnen de toezichttaken elkaar aanvullen en kunnen financiële ondernemingen met beide toezichthouders te maken hebben, afhankelijk van hun activiteiten.
Toezicht en regelgeving blijven veranderen
De financiële sector verandert voortdurend. Nieuwe technologie, digitalisering, cyberrisico’s, veranderende Europese regelgeving en nieuwe financiële producten kunnen nieuwe risico’s met zich meebrengen.
Daarom zijn prudentieel toezicht en risicomanagement geen eenmalige activiteiten. Financiële ondernemingen moeten hun risico’s en beheersmaatregelen regelmatig opnieuw beoordelen en aanpassen wanneer hun bedrijfsmodel, regelgeving of risicoomgeving verandert.
Waarom is prudentieel toezicht belangrijk?
Prudentieel toezicht moet bijdragen aan een financieel stelsel waarin instellingen voldoende weerbaar zijn en risico’s op een gecontroleerde manier worden beheerd. Voor klanten en andere betrokken partijen biedt toezicht daarnaast een belangrijk kader voor de beoordeling van financiële ondernemingen.
Een vergunning of toezichtstatus betekent echter niet dat een financiële onderneming zonder risico is. Financiële dienstverlening brengt altijd risico’s met zich mee. Het toezicht is bedoeld om deze risico’s binnen het wettelijke kader te beheersen en de stabiliteit en weerbaarheid van de financiële sector te ondersteunen.
Meer informatie over prudentieel toezicht
De precieze toezichtregels verschillen per type financiële onderneming. Voor actuele informatie over prudentieel toezicht, vergunningen, regelgeving en toezicht op financiële instellingen is het verstandig om rechtstreeks de informatie van DNB en, waar relevant, de AFM te raadplegen.
